Is er weleens een tijd geweest dat er geen crisis was? Of scherper geformuleerd: is er een tijd geweest waarin in de media geen sprake was van een crisis? Ik gok zo van niet. Als de tijd het toelaat zal ik een grafiek maken met een tijdlijn als x-as en op de y-as de verschillende crises die we de afgelopen tien jaar hebben ondergaan.
Alle dagen crisis dus. Dat er altijd sprake is van een crisis -of het nu om het klimaat, de beurs, de economie in het algemeen, de situatie in het Midden-Oosten, de probleemjongeren, de kabinetscrisis, het terrorisme, de veiligheid in het algemeen, de oorlog in Irak, de prijs van de olie...enz., gaat- maakt de betekenis van het begrip crisis problematisch. We begrijpen een crisis namelijk als een uitzonderingssituatie, een afwijken van het normale. Maar waar blijft het normale als er altijd crisis is? Of moeten we dan stellen dat de crisis een permanente toestand is en het normale dus een permanente uitzonderingstoestand behelst? Dat klinkt niet alleen vreemd; dat is absurd.
De huidige kredietcrisis geeft aanwijzingen tot een beter begrip van wat een crisis inhoudt. Opvallend is het vaak genoemde onderscheid tussen een 'fictieve' en een 'reële' economie. De fictieve economie slaat dan op de financiële wereld en de reële economie op, ja wat eigenlijk? In ieder geval allesbehalve de financiële wereld. Deze 'fictieve' economie geeft aanleiding tot allerlei borrelpraat en makkelijke wijsheden waarin economie, geld, rente, winst, beurskoersen worden gereduceerd tot illusie en massapsychologie. Het gaat allemaal om 'vertrouwen'. De fictieve economie krijgt allerlei omschrijvingen opgeplakt waarin het illusoire en daarmee 'niet echte' overheerst. Zeepbel, luchtkasteel, gouden bergen, speculatie en dat spat uit elkaar, bleek windhandel, bleek nergens op gebaseerd, was gebouwd op drijfzand en als uitsmijter is dat hele fictieve bouwwerk vooral irrationeel en daarmee onwerkelijk. Zo doet 'men' verwoedde pogingen om het reele te zuiveren van het irrationele karakter van het fictieve. Dat is nogal radicaal. Laatst verklaarde zowel de CEO van Akzo Nobel als KPN dat de beurskoeren geen reële indicatie (dus fictief, dus irrationeel, dus niet werkelijk) geven van de waarde van het bedrijf. Daarmee dondert het gehele bouwwerk van de vrije markt in elkaar. Immers, daarin wordt ons voorgehouden (en die nonsens hebben we de afgelopen 30 jaar continu moeten aanhoren) dat vraag en aanbod de reële waarde bepalen. Er is geen ander criterium voor waardebepaling. Nu verklaren de CEO's dus doodleuk dat er blijkbaar een extern waardecriterium is buiten de wet van vraag en aanbod om. Als dat zo is, dan maakt dat in een klap de beurs overbodig. Sterker nog, zo bezien vormt de beurs een gevaar. De Ceo's verklaarden keer op keer dat de (irrationele) bewegingen van de beurskoersen, gezonde bedrijven stuk kunnen maken. De fictieve economie mag dan een 'zeepbel' zijn; ze heeft ook de kracht gezonde (en daarmee reele) bedrijven kapot te maken. Dat laatste doet afvragen wat er zo fictief is aan de fictieve economie en wat voor soort zeepbel de beurshandelaren de afgelopen decennia geblazen hebben. Aan de Ferrari's, de huizen en de dikke bankrekeningen van de beurshandelaren is overigens ook weing fictiefs aan.
Maar we hebben het hier over een helder begrip van het woord crisis. Een sleutel tot begrip ligt in een de metafoor van het 'brandblussen'. Op een ander tijdstip zal ik aan de hand van krantenknipsels de wildgroe van metaforen analyseren die in de economie gebezigd worden (wat de economie als domein van de werkelijkheid nogal sprookjesachtig maakt). Wouter Bos sprak laatst van de lucifer en de brand. Dat er een brand was dat kon iedereen nu zien. Die brand moest eerst geblust worden. Daarna was er pas tijd om te weten wat de lucifer was die de brand had aangestoken en belangrijker: wie, wat, waar en hoe verantwoordelijk was voor het aansteken van die lucifer. Dit klinkt logisch, maar dat is het niet. Een brand blussen betekent symptoombestrijding. Zeker, in het echte leven waar de brandweer er echt op uittrekt om een brand te blussen is dat heel nuttig. Maar als metafoor (een fictieve vergelijking) voor het bestrijden van de crisis gaat het volledig mank. Je kunt namelijk pas de figuurlijke kredietbrand blussen als je weet wat de oorzaak is (de lucifer). Door het kennen van de oorzaken, herken je de rationele structuur en daarmee verschaf je jezelf de instrumenten op een rationele manier de problemen op te lossen. Om in de metafoor te blijven: niet elke brand laat zich door water blussen. Je dient wel het specifieke karakter van de brand te kennen.
Een crisis is een crisis als we in het duister tasten over de rationele structuur waarbinnen de crisis plaatsvindt. Omdat we de redelijkheid van de kredietcrisis niet kunnen ontdekken (immers, niemand weet wat er aan de hand is) is er daadwerkelik sprake van een crisis. Zogauw we de situatie begrijpen wordt hij beheersbaar en spreken we niet meer van een crisis. Met andere woorden: zogauw we de redelijkheid van de beurs en de vrije markt ontwaren houden we op te spreken van het onderscheid tussen een reële en een fictieve economie.
In de volgende afleveringen:
- een bepaling van de betekenis van de reële economie vanuit het begrip van geld bij Aristoteles en de arbeidswaardetheorie waarin materiële producten als 'reeel' gelden.
- Metaforen voor de economie.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten