maandag 25 juni 2007
Uit de serie: Opgevangen in het voorbijgaan
Hoe dat ook zij: hier drie terloopse fragmenten.
'Er moet iets te zeuren overblijven.'
'Dan heb ik voor de rest van mijn leven het gevoel: had ik maar een hond gekocht.'
'Is dat een retorische vraag of wil je echt weten wat ik denk?'
zaterdag 16 juni 2007
Grey's Anatomy
1. Tegen. Telkens als er een verbluffend lange medische term zonder lettergrepen langskomt, zie ik de acteurs voor me die ziedend stampend door hun appartement razen omdat het hen niet lukt de term zonder haperen kunnen uitspreken. Nu heb ik nooit begrepen waarom medische termen zo moelijk moeten zijn. Wellicht een vorm van beroepsmystificatie, zoals het onder filosofen ook weleens goed uitkomt om stug Griekse 'grondtermen' te gebruiken, opdat mensen denken dat je met iets heel knaps bezig bent. Soms denk ik trots in de ogen van de acteurs te zien als het ze echt lukt de term uit te spreken.
2. Voor. De lift. Er gebeurt altijd iets in de lift. De lift biedt maximale dramatische spanning. De lift is altijd ongemakkelijk. je komt altijd de persoon tegen die je net even niet wil zien, omdat je verliefd op die persoon bent, ruzie hebt, iets verzwijgt, iets wil zeggen, maar daar uiteraard in de 5 seconden dat je omlaag gaat natuurlijk niet over kan beginnen. In de lift zijn het alleen de blikken die iets vertellen.
3. Tegen. De verheerlijking van werk. Het maakt de karakters te eendimensionaal. Ze vinden het ook fanatastisch dat ze hard werken. Werken, werken, werken. Als je vrije tijd hebt, ben je ook in het ziekenhuis. Naast het ziekenhuis heb je geen gespreksstof. Als Christina en Burke voor het eerst met elkaar uit eten gaan heerst het stilzwijgen. Gelukkig krijg er iemand een hartaanval. Gelukkig zijn er artsen in het restaurant die toch niets beters te doen hebben. De personen worden zo tot machines die al hun emoties wegdrukken, ook geen tijd meer hebben voor emoties naast hun werk.
4. Voor. De spanning tussen professioneel en persoonlijk. In onze cultuur geldt het als een pré als je professioneel bent. We denken er nauwelijks over na wat daar mee bedoeld wordt. Professioneel betekent onpersoonlijk, taakgericht, machinaal uitvoeren van procedures, uitschakelen van emoties. In de serie wordt mooi de spanning weergegeven tussen persoonlijke betrokkenheid en machinaal denken. Iemand die hersendood is, wordt al snel gezien als een lichaam waaruit 'geoogst' kan worden; een ontleding van de mens in afzonderlijke onderdelen. Tegelijkertijd is de optelsom van onderdelen ook een lichaam.
5. Tegen. De nadruk op het excellente. De artsen zijn topchirurgen. De interns de beste studenten van hun klas. De moeder van Meredith is een legende. Pffff, vermoeiend.
6. Voor. Eendimensionale ruimte. Een belangrijk kenmerk van succesvolle series. Beperk de ruimtes. De bar in cheers, het appartement van Jerry, Central Perk in Friends.
Bijlage bij Keukendebat/wasmachines
vrijdag 15 juni 2007
Precies het omgekeerde
Goed, een voorbeeld.
Ik ben opgegroeid met het idee dat er in de jaren '60 spannende, nieuwe muziek ontstond die het oude overbodig maakte. Rockmuziek was hip, nieuw, fris, grensverleggende, taboedoorbrekend, revolutionair en weet ik wat meer. Steeds meer kom ik erachter dat precies het omgekeerde het geval is. Rockmuziek is plat, simpel, zichzelf eeuwig herhalend, infantiel en bovenal gericht op het idee dat het niet om de muziek gaat maar om randfactoren. Muzikanten moesten cool zijn, stoer, mooi en fascinerend. De muziek moest door het mammoetritme gecombineerd met de belofte van seksuele energie die de muzikanten uitstralen, geilheid opwekken waarbij de muziek zelf slechts een vehikel was. Als we elkaar eens heel eerlijk in d eogen kijken, moeten we toegeven dat Elvis Presley muzikaal gezien op kleuternivea staat. Lekker om naar te luisteren hoor, maar zijn faam ziet hem toch echt in zijn gezicht en heupen. De vernieuwing in de muziek betekende zo vooral een ontkenning van de muziek.
Bewijs daarvoor ligt bijvoorbeeld in de teloorgang van de jazz in de jaren zestig. Mingus, Miles en Coltane hadden moeite om te overleven omdat de aandacht naar Beatles, Stones en andere godjes ging. Jazz moest ook wel verliezen omdat het veel te ingewikkeld is, veel te muzikaal. Het vereist voorkennis en luistervemorgen, geduld en concentratie, zaken die in de popmuziek overbodig worden door de infantiele simpelheid.
In een vergelijking tussen klassieke muziek en rockmuziek valt helemaal goed op hoe misleidend het is te denken dat rockmuziek grensverleggend en vernieuwend was. Ik luister nu bijvoorbeeld naar een opera van Verdi. Wat een tempowisselingen, wat een veelheid aan melodieen en ideeen, wat een kunde in compositie en wat een kunde is vereist bij de uitvoerders. Er wordt ook nog eens een heel verhaal verteld en als je geluk hebt bij een uitvoering te zijn, kun je ook nog eens genieten van kostuums en decor. De complexiteit en vrijheid van vorm contrasteren enorm met de eendimensionale drumritmes en zich herhalende accoordenschema's, de simplistische macho-achtige podiumpresentatie waar heupen, borsten en zwoele blikken de hoofdingerdienten zijn.
Ik wil hier niet beweren dat rockmuziek slecht is. Integendeel: ik ben er nog altijd een grote fan van. Maar revolutionair en de voorhoede van muzikale ontwikkeling: nee, zeker niet. Precies het omgekeerde
Bij klassieke concerten zitten steevast oude koppen. De jonge generatie vermijdt de concertzaal vanwege saaiheid. Precies het omgekeerde zou het geval moeten zijn.
Dit kan niet waar zijn
Dit bericht heeft me, ondanks mijn geoefendheid in het accepteren van vreemde projecten, echt verrast. Nu heeft het Pentagon nooit geschroomd vreemde paden te bewandelen. Ik noem hier slechts het serieus uitgewerkte plan Fidel Castro LSD toe te dienen, opdat de man baarlijke nonsens zou gaan uitkramen, waarna de CIA de gedesillusioneerde Cubanen van hun raaskallende leider zouden bevrijden. Maar dat is nog niets vergeleken met de homobom. Ik verwijs hier slechts naar het artikel. Dit is zo weird dat ik het niet kan uitleggen. Klik hier.
dinsdag 12 juni 2007
Geluidsquiz
Ondertussen beschouw ik deze voice-recorder als een wondermachine. Ik heb reeds een enorme collectie geluiden opgebouwd en heb een aanvang gemaakt met het opslaan van fraaie conversaties. Om niet direct al mijn materiaal prijs te geven, begin ik met een geluidsquiz. Wat horen we hier? Een hint: lees het verhaal over wasmachines en Kroetschow's kritiek op het moderne keukengerei, maar dan nog ga je dit niet raden.
Klik hier voor de eerste aflevering van de geluidsquiz.
Nescio II: De rand van de stad
Onderschat nooit de kracht van een wasmachine
Het 'keuken-debat' tussen Nixon en Kroetschow begint mythische proporties aan te nemen. De eerste keer las ik erover in Status Anxiety van Alain de Botton. In een lofzang op de 'Age of Abundance' van Amerika die iedereen een maximum aan vrijheid en zelfexpressie (en wasmachines) verschaft, kom ik het 'keuken-debat' weer tegen (klik hier voor het eerste hoofdstuk). Soms zijn er van die kleine voorvallen (details details) die alles lijken te verklaren (voor een transciptie van de hele discussie die nog veel beter is dan de samenvatting die ik bij de Botton en Brinkley heb gelezen, ga naar deze pagina. Unbelievable).
Nixon en Kroetschow staan in een keuken en maken ruzie over wasmachines. Kroetschow heeft besloten niet mee te werken aan Nixon's schaamteloze propganda. Dit is allemaal show, geen werkelijkheid. De tentoonstelling die ze bezoeken geeft een beeld van het Amerikaanse leven (een soort huishoudbeurs). Ze wandelen door een ranch met zes kamers, opzichtig voorzien van tv-toestellen en een enorme keuken. Kroetschow gelooft er allemaal niets van. Later in de Sovjetpers noemt hij de ranch de 'Taj Mahal', omdat deze ranch evenveel over de woonomstandigheden van de gemiddelde Amerikaan zegt als de Taj Mahal over die van de Indiers. Nixon maakt Kroetschow ondertussen duidelijk dat dit geen fata morgana is voor de gewone Amerikaan, maar dat een staalwerker dit huis met een hypotheek van 100 dollar per maand kan kopen.
In de keuken, als Nixon hem wijst op al het moderne keukengerei en het nieuwste model wasmachine die 'wij Amerikanen speciaal ontworpen hebben om het leven van de vrouw te vergemakkelijken' (vrouwen doen immers de afwas), knapt er iets bij Kroetschow. Hij begint te liegen. Alsof wij dit in Rusland niet hebben! Iedereen heeft keukenmachines. Er is alleen een verschil. Jullie stomme kapitalisten verspillen zoveel door heel veel verschillende soorten wasmachines te maken. Wij maken er gewoon één. Wie zit er te wachten op 100 verschillende wasmachines!! En jullie maken overbodige dingen. Kroetschow vraagt schertsend aan Nixon of er ook niet een machine is die het eten voor je kauwt en het door je strot duwt.
Dat ziet Kroetschow allemaal verkeerd (ondertussen heeft Nixon al een keer met een verwijtende vinger in de borstkast van Kroetschow gepookt). Keuze is belangrijk. Keuzes maken vrijheid mogelijk. Dan volgt de moderne definitie van vrijheid bij monde van Nixon: 'We have many different manufacturers and many different kinds of washing machines so that the housewives have a choice." Vanuit de merites van de keuze in wasmachines stapt Nixon in een beweging over naar de wapenwedloop. Hij verwijt Kroetschow dat de competitie tussen de VS en de Sovet-Unie niet moet gaan om wie de meeste kernwapens in alle soorten en maten heeft, maar dient te gaan om wasmachines. Een visie van eeuwigdurende consumentenvrede.
Point taken. Uiteindelijk is Nixon de grote visionair en niet Kennedy. Deze overgewaardeerde macho heeft Nixon in 1959 nog de loef afgestoken toen Nixon zijn 'wasmachine-routine' deed. JFK maakte Nixon belachelijk, dat wij Amerikanen toch niet kunnen denken dat we de Sovjet-Unie verslagen hebben omdat de gewone man zich een tv kan veroorloven. Er is een 'missile gap', schreeuwde JFK (een leugen!) en JFK werd president, niet zozeer vanwege zijn gladde smoelwerk, maar omdat hij veel harder beloofde in te grijpen tegen die verdomde communisten. De gevolgen kennen we. De kamikaze-diplomatiek tijdens de Cuba-crisis waar Kroetschow uiteindelijk de verstandigste bleek, ontketende bijna een kernoorlog. Kort daarvoor had JFK een krankzinnige staatsgreep gepleegd in Cuba met behulp van de CIA. Kort daarvoor weer had JFK zijn secretaris de opdracht gegeven een grote hoeveelheid Cubaanse sigaren in te slaan voordat de handelsboycot werd afgekondigd. Uiteindelijk was JFK ook een 'consumer'.
Wasmachines dus. Er wordt wel beweerd dat het socialisme stierf op het moment dat de arbeider zich een bank, huis, tv-set en krat bier kon veroorloven. Het keuken-debat geeft extra bewijskracht aan deze stelling. De enorme rijen die in de jaren tachtig voor de McDonalds in Moskou stonden, wijzen ook in die richting. Mensen willen wasmachines. De rest is bijzaak.
naschrift: deze passage illustreert prachtig het centrale thema in het hoofdstuk over de waarde van werk en de Robinson Crusoenorm in mijn boek de 'De mogelijkheid van nietsdoen', het idee dat luxe overbodig is, dat we niet aan luxe moeten hechten om zo werk uit te sparen, wat vervolgens de vraag oplevert wat we met vrije tijd moeten als we ons niet aan zoiets kunnen overgeven als luxe.
Khrushchev: "Don't you have a machine that puts food into the mouth and pushes it down? Many things you've shown us are interesting but they are not needed in life. They have no useful purpose. They are merely gadgets. We have a saying, if you have bedbugs you have to catch one and pour boiling water into the ear."
maandag 11 juni 2007
Hoogtepunten uit de geschiedenis van de conversatie: een korte inleiding
Misschien was er ooit een tijd waarin de techniek van de conversatie als een te leren kunst werd gezien. Een persoon werd toen wellicht niet zozeer beoordeeld op zijn uiterlijk, afkomst en bankrekening maar meer op zijn conversatiekunst. Iemand die niet in staat is een gesprek te voeren verdiende hoon. Een praatjesmaker was een graag geziene gast.
Ik wil graag geloven dat er zo'n verloren paradijs van de conversatie bestaat. Deze serie staat dan in het teken van het oproepen van hoogtepunten in de geschiedenis van de conversatie en wil tegelijkertijd een pleidooi zijn voor een hernieuwde aandacht voor de conversatiekunst.
Goede praters genieten in ons tijdperk van effincientie een twijfelachtige status. Praatjesmakers die hun tijd verdoen met eindeloze conversaties: wat hebben we daaraan? Als het voeren van een conversatie nog als een te leren kunde wordt gezien, dan is de vorm van gesprekstechnieken gericht op het afdwingen, het ondervragen, methodes om de ander iets duidelijk te maken, iets te verkopen.
Misschien is dit een te eenzijdige visie. Wel denk ik dat conversaties niet meer gezien worden als iets waar je op kunt trainen, waar je beter in kunt worden, waar je je best voor moet doen, net zoals je je best moet doen voor het verkrijgen van een sterk en gezond lichaam.
Hoe dat ook zij, genoeg om over na te denken. We zullen tzt nog uitgebreid terugkomen op deze thema's. Wel alvast een eerste karakterisering van wat conversatie is. Laatst stelde ik met Eddie (een van beste praatjesmakers die ik ken) vast dat conversatie een improvisatie is. Improvisatie lijkt te vloeken met een te leren kunde, maar ik bestrijd dat. Jazz wordt ook gezien als een conversatie, een improvisatie die creatief en anarchtisch maar zeker ook gedisciplineerd en technisch is. Maar genoeg theorie. We duiken de geschiedenis in.
Deel 1: De gebroeders Goncourt, fin de siecle Parijs.
In deze eerste aflevering treffen we Edmund en Jules de Goncourt. Haarscherp tekenen zich in hun dagboeken de contouren af van een scheiding der geesten. Rond 1860 dringt de de economische efficientie de trage, aristocratische modus van bestaan binnen waar edele geesten als de Goncourts, Flaubert, de Maupassant, Gautier enz zich zo in thuis voelden. Commercie creert banaliteit. Veelzeggend is de saaie avond die de Goncourt doorbrengt met zakenlui ('boutiquiers'!) op 27 juli 1872 als een storm hem verhinderd beter gezelschap op te zoeken. 'Ce que j'entends des conversations de ce monde me confirme dans ma pensée, que la dégradation des nations vient de la prosperité de leur commerce.' De kwaliteit van de conversatie geldt hier als graadmeter voor het niveau van beschaving!!
Een goede conversatie vereist rust, diepgang, kennis die verder gaat dan de rechtlijnigheid van het kasboek. De efficientie van de moderne bedrijvigheid contrasteert scherp met de eindeloze diners waar deze grote geesten (want wat een talent verzamelt zich daar aan de eettafel!) zich aan overgeven. Conversatie is het centrum waaromheen deze diners draaien. In de dagboeken zijn stoute staaltjes te lezen van de verhalen die ten beste worden gegeven. Straks zal ik een onwerkelijk verhaal van de Maupassant weergeven. Daarvoor een passage waarin duidelijk wordt hoeveel onderwerpen er in ranzend tempo over tafel gaan. Poeh, daar had ik graag bij willen zitten.
Taine heeft zonet een vlammend betoog gegeven ter verdediging van het aanbieden van zijn 'Histoire de la litterature Anglaise' aan de Academie. Saint-Beuve vindt dit een slechte actie. Die lui van de Academie zijn prutsers die een dergelijke eer niet waardig zijn. 'De toon va het gesprek werd vervolgens heftiger.' Taine pakt uit een spreekt over de steunpilaren van de mensheid: Beethoven, Shakespeare, Dante en Michelangelo. Goncourt merkt in zijn dagboek schamper op dat de verdediging van Taine zwak is. Wellicht vindt hij deze gesprekstof te protserig. Al gauw wordt duidelijk waar de Goncourt wel graag over spreekt.
'We spraken over het leven. Alleen Flaubert en wij beiden, de drie melancholici van het gezelschap, wij hadden liever niet geboren willen worden. Daarna kwamen we op de vrouwen en op Malthus. 'Ik houd teveel van mijn kinderen om ze het leven te schenken,' zei Taine. Saint-Victor wond zich daarover op, uit naam van de natuur.
Daarna ging het gesprek over de gezondheid van de mensen uit de Oudheid, over het evenwicht en de volmaaktheid van de antieke beschaving, over de ware wijsheid die aan het stoicisme is voorafgegaan, over de toekomst en de vooruitgang.
'De toekomst zal de kolinisatie brengen van onbeschaafde landen en de ontdekking van grote waarheden,'zei Taine. 'Als ik het in het kort mag samenvatten: de toekomst zal ons minder gevoeligheid en meer activiteit bieden.'
De Goncourts hebben daar wel iets aan toe te voegen. Ze poneren een omgekeerd verband: er zou juist meer gevoeligheid ontstaan en wel precies dor de toename van actie. 'Iedere dag wordt de mensheid nerveuzer, hysterischer.' Ze schetsen een veband tussen de enorme activiteit van de mens en de samenhang met de toename van melancholie. 'Is het niet zo dat de neerslachtigheid van onze tijd niet juist voorkomt uit de overbelasting, uit de beweging, de enorme inspanningen, het bezeten werken, de tot het uiterste gespannen verstandelijke vermogens en de in ieder opzicht overdreven produktie van onze tijd?'.
Einde onderwerp. Nieuw thema: de vrouw. Tijdens de diners wordt er heel wat gepraat over de vrouw en sex. Ik herinner me een uitspraak van Zola die doldriest komt binnen stormen bij de Goncourts en zegt: 'ik ben klaargekomen. Verdomme, weer een boek kwijt'. Opmerkelik is dat zowel Flaubert en de gebroeders Goncourt seksualiteit heel rationeel kanaliseren middels maitresses en bordeel om zo niet afgeleid te raken van de kunst van het schepppen.
Hier aan tafel blijkt opnieuw het problematische van de vrouw. De Goncourt schrijft: 'Daarop kwam het gesprek op de grootste ramp van onze tijd, die te maken heeft met de vrouw en vooral met de aard van de moderne liefde.' De Goncourt geeft jammergenoeg alleen de conclusie van het gesprek weer. 'De vrouw wordt niet meer beschouwd als een voortbrengster van kinderen en een tot ontspaning dienend genot. Wij hebben op haar als het ware het ideaal van onze aspiraties gebouwd. Wij hebben van haar de bron en het altaar gemaakt van allerlei soorten smartelijke, hevige, buitensporige, pikante gevoelens. In en door haar willen wij de vervulling zoeken van alles wat er zich in ons bevindt aan ongebreidels en onvervulbaars. We zijn niet meer in staat om heel gewoon en heel eenvoudig met een vrouw naar bed te gaan.'
Wat deze conversatie goed maakt is de veelheid van onderwerpen. De Goncourt geeft slechts een samenvatting van de besproken thema's maar je voelt dat hier van alles gebeurt. Mensen die hun stem verheffen en zichzelf verdedigen met zwaar geschut zoals Taine doet, dat wordt niet zo gewaardeerd. Beter is een onderwerp te omsingelen met verschillende visies. Malthus en de vraag wel of geen kinderen te krijgen. Voortuitgang en de vraag of je liever wel of niet geboren had willen worden. De moderne bedrijvigheid en de mogelijke samenhang met melancholie. Een conversatie moet open en tentatief zijn. Kijk naar het moment dat de Goncourt de stelling van Taine over de toekomst die minder gevoeligheid en meer actie zal brengen, counteert met een omgekeerd verband. De afsluiting van deze conversatie is al even instructief: je mag wel degelijk ook emotie, liefde en sex praten, liefst wel verpakt in een hoogst aanvechtbare theorie over de moderne liefde. Opdat andere mensen zich uitgenodigd voelen dit onderwerp van een andere kant te belichten.
In de volgende aflevering een waanzinnig verhaal van de Maupassant. Hier zien we ook een ingredient van een goede conversatie: het te berde brengen van inside information, nog net geen roddel, maar wel sappig. Het vertellen over wat je zelf hebt meegemaakt in de stijl van een grootse roman.
Ik kondig hier ook alvast een aflevering aan die gebaseerd is op het werk van DonDelillo, een begaafde weergever van dialogen. Hij noemt als een mooie conversatietechniek 'a method of documentary recall' de gave in een gesprek heel precies herinneringen te reconstrueren.
zondag 10 juni 2007
Live your life like Bert & Ernie, deel 1
Ergens weten we het ook wel, maar het kan geen kwaad de levenslessen van Bert en Ernie nog eens duidelijk te herhalen.
Deel I: Oneinding lang door kunnen gaan met iets dat je leuk vindt
Situatie: Bert is bezig met het tellen van zijn verzameling paperclips. Ernie doet vrolijk mee met tellen. Hij heeft zich op de inhoud van de fruitschaal gestort. Vervelend is dat het fruittellen van Ernie, het papercliptellen van Bert bemoeilijkt. De tafel is te klein. De stukken fruit belanden tussen de paperclips van Bert die daardoor de tel kwijtraakt.
Probleem: Een van de twee moet stoppen met tellen. Bert zeurt. Ernie wil uiteraard niet van ophouden weten. Dit tellen van fruit - Ernie is met een tros druiven bezig en legt Bert uit dat hij die kleine druif maar voor de helft meetelt - is veel te leuk.
Oplossing: Bert besluit verongelijkt dan maar te wachten tot Ernie klaar is met het tellen van de fruitmand alvorens zich weer op de paperclips te richten. Hij probeert Ernie op alle mogelijke manieren te ontmoedigen onder het mom: schiet nou maar op en doe nou niet dat je met iets belangrijks bezig bent.
Betere oplossing: Ernie is Bert dankbaar dat hij door mag gaan met tellen: hij vindt tellen nu eenmaal leuk en dat is toch oké, want, zo houdt hij Bert voor: jij vindt het leuk om paperclips te sorteren. Bert is niet van plan Ernie's logica te accepteren. Ondertussen bereikt Ernie de bodem van de fruitschaal. De druiven peren en appels zijn geteld. Bert is opgelucht totdat Ernie begint met het tellen van watermeloenen. Huh? Maar er zijn toch geen watermeloenen, Ernie. Nee, inderdaad: goed geteld Bert. Daarom tel ik nul watermeloenen. Ik tel nul watermeloenen, Bert. Vervolgens zijn de bananen aan de beurt. Ernie bestudeert aandachtig de lege fruitschaal. Ik tel nul bananen, Bert. Bert geeft zich gewonnen.
Les 1: je kunt plezier hebben in de dingen die niet echt een direct praktisch nut hebben, zoals het tellen van paperclips of het tellen van niet aanwezig fruit. Het nut van het onpraktische zit hem in het plezier dat je eraan beleeft.
Les 2: als je je fantasie gebruikt kun je tot in het oneindige doorgaan met iets dat je leuk vindt.
Les 3: Laat je in je plezier niet ontmoedigen door mensen die je willen doen laten geloven dat je met onnuttige, stupide, futiele zaken bezig bent. Wijs ze erop dat hun bezigheden nu ook niet direct wereldschokkend belangrijk zijn, maar dat het erom gaat dat je wat je doet zelf belangrijk en leuk vindt.
Trivia: in de serie 'Hier had ik bij willen zijn'
Marx grijpt liever naar zijn gebruikelijke strijdmiddel: de krant. Hij keert terug naar Duitse bodem. In Keulen zet hij de Bunder der Kommunisten aan tot het zaaien van onrust. Zelf schrijft hij de opnieuw opgerichte Rheinische Zeitung vol met vlammende analyses. Als hij met zijn revolutionaire praat de abonnees heeft verjaagd en ingrijpen van de regering die zich langzaam hersteld heeft van de eerste revolutiegolf, onvermijdelijk wordt, doopt Marx nog eenmaal zijn pen in bloed. Gedrukt in felle rode letters verschijnt zijn laatste artikel. Freiligrath voegt hier een welspekend, vurig gedicht aan toe.
Einde krant.
Niet het einde van het verhaal. Marx wordt voor de Keulse rechtbank gedaagd op beschuldiging van volksopruiing (Marx had de bevolking opgeroepen geen belastingen meer te betalen). En dan komt het: Marx maakt de rechtzaal tot zijn podium. Hij laat de jury in een straf betoog alle hoeken van de geschiedenis zien. Na afloop meldt de voorman van de jury niet alleen dat Marx is vrijgesproken maar bedankt hij Marx namens hemzelf en de jury voor de ongewoon heldere en belangwekkende uiteenzetting waar zij allen veel van hadden opgestoken. Dat moment, het moment dat de juryleden vriendelijk glimlachend naar Marx knikken en hem dankbaar zijn, god, wat zou ik daar graag bij geweest willen zijn.
Inleiding Nescio voor beginners
Op die avonden dat ik na werk bleef overslapen, lazen we elkaar steevast voor uit Nescio. En dan ervoeren we een nabijheid, alsof Nescio al begrepen had hoe wij ons zouden voelen. Die Titaantjes, dat waren wij. De hoge heeren, ja, dat waren die lui die er 'echt niets van begrepen'. En de kantoren moesten afgebroken worden. En de zon, ja, die moest in een hoedendoos. Nescio was onze profeet.
Maar ergens klopte het niet. De Titaantjes dat waren ook lafaards, slappelingen die al bij de pakken neer gingen zitten nog voordat het leven goed en wel begonnen was. Ze verklaarden dat 'Gods's doel doelloosheid' was om zich van de plicht tot inspannig te ontslaan. De ambitie ergens te komen legde het af tegen de zon die eindeloos rondjes draait, het water dat maar stroomt, de wind die maar blijft waaien. De Titaantjes gaven bij voorbaat al de strijd op. Nescio was een stakkerig wijze burgerman waar je vooral niet naar moest luisteren. We hadden nog een wereld te winnen.
Die spanning tussen adoratie en afkeer vormt het uitgangspunt van de serie 'Nescio voor beginners'. Middels film en tekst wil we de rijkdom tonen van deze sublieme schrijver.
Special interest
Roel belt vanaf de opening van het tasjesmuseum: 'Als je een special interest dag wilt en niet op zoek bent naar de waarheid, dan is dit tasjesmuseum echt een aanrader.' Ik kan niet wachten dit nieuwe museum, in een grachtenpad in Amsterdam, gebaseerd op een enorme collectie van een vrouw die blijkbaar tasjes verzamelde, te bezoeken. Roel: 'Hier zie je één detail helemaal uitgewerkt.' Ik houd van details.
Even later sta ik bij een garderobe en twijfel ik of mijn colbert aan of uit moet. Colbert aan: te warm. Colbert uit: waar laat ik alle moderne parafarnalia? Mobiel, camera, peuken, aansteker, geld. Een vriend zegt: ik ga echt een handtas aanschaffen. Meteen vertel ik hem over het tasjesmuseum en over de kunst van het tassenontwerpen, dat ik iemand ken (hij heeft zonet een toespraak gehouden bij de opening) die altijd op zoek is naar niches in de tassenmarkt. De mannelijke handtas, is dat misschien wat?
Natuurlijk is het maar een detail, maar een man met handtas drukt een stempel op de hele persoon.
Mijn vader presteerde het op vakanties zonder schaamte met een flikkertasje rond te lopen. Hij noemde dat onding zelfs zo en wist dondersgoed wat de associaties waren. Maar dat kon hem niet schelen. Hij moest zijn paspoort, geld, verzekeringspapieren en rijbewijs toch ergens kwijt. Ik heb niet zo'n sterke persoonlijkheid, of om het vriendelijker uit te drukken: ik heb een ander gevoel voor detailesthetiek: het detail moet 'blenden' met mijn persoonlijkheid, geen dissonant zijn. (voor verdere details over het flikertasje en foute mocassins verwijs ik door naar deze jeugdsentimenten).
Onze colberts laten we achter in de garderobe. We vinden het nodig het onderwerp van de mannelijke handtas verder uit te diepen. Ik wijs op de Seinfeldaflevering waar Jerry een handtas aangesmeerd krijgt (waarom, wilde hij een vrouwelijke handtasontwerper hiermee paaien, heeft George hem overtuigd? Of was dit misschien een Friends-aflevering. Ok, zoek ik morgen even op. Details zijn belangrijk). Ik wijs op de mogelijkheid van een broek met multifunctionele opbergzakken. Maar 'dat ziet er niet uit'. Goed, wat ook kan is te bezuinigen op mee te dragen parafernalia, maar dat is lastig. Ik beschrijf een recent experiment waarbij ik mezelf gedwongen had geen tas mee te nemen en hoe lastig dit was. We bespreken de mogelijkheid van een nekbuidel, maar dat wordt zo zweterig. Details, details, details.
Het detail heeft geen grootse status. Degene die de details verder mag uitwerken, is een waterdrager, niet de visionair. Degene die over details begint te zeuren, is inderdaad een zeur, ziet het grotere geheel niet, staart zich blind, moet zich niet zo aanstellen, want dit is toch te verwaarlozen, dat begrijp je toch ook wel. We moeten tot de kern doordringen. De toevallige bijkomstigheden wegfilteren. De waarheid is iets algemeens. Kleinigheden kunnen alleen in het licht van een allesoverkoepelende waarheid betekenis krijgen. Denken we aan de denkfiguur van de microcosmos-macrocosmos waarin voor de goede kijker (het beroemde traktaat van Copernicus over de structuur van de sneeuwvlok) in het kleine het grote zich weerpiegelt. Eddie en ik hebben ooit in TRIVIA, het beste tijdschrift ooit dat jammergenoeg nooit verschenen is, aandacht willen vragen voor het Detail an sich in een rubriek met dezelde naam. Hierin wilde we het ding als ding centraal stellen, net zoals Multatuli aandacht wilde voor de mens als mens (ipv de mens als consument, producent, gelovige, soldaat, wetenschapper, kind, vrouw, man, maar gewoon als mens).
Het detail is de waarheid, zeg ik nu. Wie detaillering weet aan te brengen en oog heeft voor detail ziet pas echt. Grote woorden zijn holle woorden, nietzeggend. Algemene waarheden zijn te algemeen. Daniel Arasse schreef een nieuwe kunstgeschiedenis met detitel: le detail. Postmoderne tekstkritiek schrijft voor teksten tot in het detail te lezen, omdat daar de openingen tot begrip liggen. Ik, Antonius, neem me voor verder te werken aan mijn ooit begonnen 'Metafycia van de samenvatting' waarin de ondertitel luidt: no essence, just accidents (accident is in de Aristotelische leer een toevallige bijkomstigheid die de essentie niet raakt). Het fenomeen van de mannelijke handtas zal hier ook in behandeld worden.
En wat hebben Bert en Ernie hier mee te maken? Niet zo veel. Over Bert en Ernie kom ik later nog te spreken. Wel een detailvraag voor de kijker: wat is Berts favoriete tv-programma? Trouwens, een handtas is wel een goed H-woord.
naschrift: het gaat hier inderdaad om een Seinfeld aflevering waar Jerry een handtas krijgt aangesmeed door Elaine die het design van haar baas Peterman 'Peterman's small men's carryall'aanprijst. "It's not a purse, it's European." Zie verder:
deze pagina