Femke Halsema over de kredietcrisis. Een metafoor voor de crisis om te rechtvaardigen dat minister Wouter Bos zonder goedkeuring van de kamer maatregelen mag nemen.
'Een minister die de Nederlandse sector overeind probeert te houden, moet niet te veel worden lastiggevallen, zeker als hij het duidelijk goed doet. Dat vond zelfs de oppositie. GroenLinks leider Femke Halsema zei: 'Bij een slagaderlijke bloeding moet je eerst de patiënt in leven houden'. (NRC zaterdag 18 oktober. Merk overigens de inconsistentie op: hoe kan Bos gecontroleerd worden op of hij het goed doet, want later in het artikel wordt gemeld dat Bos gevoelige informatie niet aan de kamer meedeelt).
Enige kanttekeningen bij het gebruik van een metafoor.
* Het gebruik van een metafoor dient om een abstracte, moeilijk te vatten situatie, concreet en voorstelbaar te maken.
* De houdbaarheid van een metafoor hangt ervan af of de vergelijking tussen het abstracte en het concrete standhoudt.
* Jammergenoeg valt over de houdbaarheid van de vergelijking juist zo moeilijk te beslissen, omdat hetgeen dat in een metafoor vervat wordt zo abstract en moeilijk te duiden is, niet feitelijk is. Een metafoor kan met andere woorden niet gefalsificeerd worden door een beroep te doen op concrete feiten.
* Er vindt in een metafoor een vreemde omkering plaats van schijn en werkelijkheid. Het abstracte dat verwoord moet worden in iets concreet voorstelbaars, is wel de werkelijkheid. Het concreet voorstelbare (hierboven de slagaderlijke bloeding) is slechts schijn. Er is immers geen sprake van een echte slagaderlijke bloeding, maar van een kredietcrisis. De schijn moet zo bezien de werkelijkheid bijschijnen om te zien wat er aan de hand is. Dat is een verraderlijke, misleidende operatie.
* De waarde van metaforen kan oa getest worden door andere mogelijke metaforen voor de abstracte situatie te bedenken. Bijvoorbeeld, de veelgebruikte metafoor waarin de economie een 'survival of the fittest' is'. In deze metafoor worden abstracte economische processen vergeleken met de dierenwereld. Merk op: deze metafoor (en dat is gevaar met elke metafoor) wordt door vele zeer letterlijk genomen. Dat geeft een hele andere versie van de abstracte situatie weer. Een menselijk lichaam dat doodbloedt moet gered worden, maar in de dierenwereld sterft onherroepelijk de zwakste en dat is, zoals dat heet, goed. Alleen de gezonde dieren overleven. Deze evengoed te verdedigen metafoor geeft derhalve helemaal geen rechtvaardiging voor de noodmaatregelen van minister Bos.
zaterdag 18 oktober 2008
Een korte les in kritisch lezen of hoe een bril de doorslag gaf (gereedschapskist v. geschiednkunde)
Voordat ik begin met de uitleg van de politieke contracttheorie en de materialisering van de theorie van de Trias Politica in de eerste grondwet van Amerika, eerst even een kleine rondgang langs de kranten. Let wel: dit keer een afwijkende boodschap! Dus Sven, Thomas: even stoppen met babbelen en luisteren. Ik weet dat ik er vaak op hamer dat je moet lezen, niet alleen om kennis op te doen over de wereld, maar ook om je een gevoel voor taal te geven, een groter vocabulaire, een betere algemene ontwikkeling. Vandaag voeg ik daar een ietwat tegenstrijdig puntje aan toe: lees kranten kritisch om er zo achter te komen hoe de wereld niet in elkaar zit, wat slecht schrijven inhoudt en tot welke absurde rotzooi de gemakzucht en incompetentie van journalisten kan leiden. Deze vaardigheid is extreem belangrijk om tot een goed geschiedkundige uit te groeien. Meer in het algemeen kun je door te leren kritisch kranten te lezen de wereld zuiveren van de leugen.
Ik weet het: dat is een nogal negatieve aanbeveling maar het is nodig. De krant is geen objectieve spiegel waarin de gebeurtenissen van de wereld helder in worden weerspiegeld. Natuurlijk zijn er gradaties. Ik heb het hier nu even niet over de kwaliteitskranten. Ook daar valt vast en zeker wel wat aan te merken, maar dat valt in het niet bij de gratis rotzooi die jullie dagelijks in je handen krijgen gedrukt. Daaruit lees ik nu een stukje voor. Ik hoop dat je vervolgens inziet hoe deze 'journalist' een absurd soort waarheid produceert die jammergenoeg niet onschadelijk is.
Vanochtend in de trein op weg naar school las ik dit artikel Sarah de Verlosser met als onwaarschijnlijke ondertitel 'Nederlandse vrouwen lopen weg met Palin'. Even verderop leerde ik ook dat ze 'binnenkort wellicht de eerste vrouwelijke vicepresident van de VS' is. Vooral het woord wellicht vond ik frappant. Ik zou eerder kiezen voor het woord 'mogelijk', zeker omdat de peilingen niet direct wijzen op een overwinning van McCain. Ander punt: het woord Verlosser stond niet tussen aanhalingstekens dus moet je blijkbaar als lezer er vanuit gaan dat het de mening van de krant is. Deze Verlosser wordt, zo worden we als lezer voorgehouden, in Nederland ook enorm geprezen. Er wordt hier zonder voorbehoud gesproken van Nederlandse vrouwen die haar als een rolmodel zien. De 'journalist' voert als 'bewijs' aan dat ene mevrouw Mees die iets voor de campagne van Hillary heeft gedaan, Palin een rolmodel vindt, zonder dat ze het overigens met haar standpunten eens is. Hmmm, dat lijkt me niet echt een bewijs dat Nederlandse vrouwen met Palin weglopen. Maar de journalist heeft na grondig onderzoek nog wat extra bewijslast verzameld. Er komen een paar christelijke vrouwen aan het woord die ook wat vaag babbelen over een rolmodel. Vervolgens blijkt de brede aanpak van de journalist. Niet alleen de christelijke vrouwen, ook nog eens de hockeymoeders vinden Palin helemaal top. Althans, dat moet blijken uit het antwoord van een hockeymoeder. Ze herkent zich wel in 'hockeymom' Palin, al gaat het bij Palin overigens om ijshockey en niet om trutjes die in te korte rokjes over het veld lopen te huppelen. Erger dan dat is dat uitspraak van de hockeymoeder helemaal geen levert dat ze wegloopt met Palin. Ze beweert alleen dat ze het goed vindt dat er vrouwen actief zijn in de politiek. Dat vind ik ook, maar dat maakt me nog geen fan van Palin. Er zijn ook meer vrouwen actief in de politiek dan alleen Palin.
Dat was dan het artikel. Waar het me om gaat is dit: ten eerste, de journalist komt met een uiterste suggestieve kop. Een Verlosser, met een hoofdletter en zonder relativerende aanhalingstekens is nogal wat. Vervolgens wordt de brute stelling dat nederlandse vrouwen met haar weglopen totaal niet onderbouwd. Er is wat vaag gebabbel over rolmodel die de journalist of gewoon even verzonnen heeft (wie controleert dat) of verkregen heeft met wat snelle telefoontjes. Alleen mevrouw Mees rept even over het feit dat tegen haar standpunten is. In dit hele artikel wordt daar verder met geen woord over gerept. De kritiek die er op Palin is, haar conservatieve standpunten tegen homo's, abortus (ook na verkrachting), creationisme op school, jagen op dieren, boren op Alaska met alle milieuschade van dien; niets van dit alles schijnt relevant te zijn. Daarmee creëert de journalist het gevaarlijke idee dat het in politiek louter om imago gaat, niet alleen door het alleen over het imago van Palin te hebben, maar op een belangrijker niveau door als 'journalist' zichzelf te ontslaan van enige kritisch vermogen. Het hele artikel is louter suggestie en totaal niet onderbouwd. Als dit soort 'journalistiek' door jullie gelezen wordt dan zal het nooit wat worden met de democratie die louter kan bestaan als de kiezer een rationeel standunt weet te ontwikkelen.
Klinkt dat overdreven? Laat ik dan afsluiten met de fraaiste zin uit dit stuk waaruit volgens de 'journalist' blijkt dat Palin de Verlosser is en Nederlandse vrouwen met haar weglopen. Een ChristenUnie-kamerlid verklaart: 'En Palin heeft net als ik een bril. Dat spreekt me aan'. Het kritische commentaar van de journalist op deze bizarre opmerking blijft achterwege. Blijkbaar is dit een valide argument. Als een bril de doorslag geeft dan is de democratie ten dode opgeschreven.
Ik weet het: dat is een nogal negatieve aanbeveling maar het is nodig. De krant is geen objectieve spiegel waarin de gebeurtenissen van de wereld helder in worden weerspiegeld. Natuurlijk zijn er gradaties. Ik heb het hier nu even niet over de kwaliteitskranten. Ook daar valt vast en zeker wel wat aan te merken, maar dat valt in het niet bij de gratis rotzooi die jullie dagelijks in je handen krijgen gedrukt. Daaruit lees ik nu een stukje voor. Ik hoop dat je vervolgens inziet hoe deze 'journalist' een absurd soort waarheid produceert die jammergenoeg niet onschadelijk is.
Vanochtend in de trein op weg naar school las ik dit artikel Sarah de Verlosser met als onwaarschijnlijke ondertitel 'Nederlandse vrouwen lopen weg met Palin'. Even verderop leerde ik ook dat ze 'binnenkort wellicht de eerste vrouwelijke vicepresident van de VS' is. Vooral het woord wellicht vond ik frappant. Ik zou eerder kiezen voor het woord 'mogelijk', zeker omdat de peilingen niet direct wijzen op een overwinning van McCain. Ander punt: het woord Verlosser stond niet tussen aanhalingstekens dus moet je blijkbaar als lezer er vanuit gaan dat het de mening van de krant is. Deze Verlosser wordt, zo worden we als lezer voorgehouden, in Nederland ook enorm geprezen. Er wordt hier zonder voorbehoud gesproken van Nederlandse vrouwen die haar als een rolmodel zien. De 'journalist' voert als 'bewijs' aan dat ene mevrouw Mees die iets voor de campagne van Hillary heeft gedaan, Palin een rolmodel vindt, zonder dat ze het overigens met haar standpunten eens is. Hmmm, dat lijkt me niet echt een bewijs dat Nederlandse vrouwen met Palin weglopen. Maar de journalist heeft na grondig onderzoek nog wat extra bewijslast verzameld. Er komen een paar christelijke vrouwen aan het woord die ook wat vaag babbelen over een rolmodel. Vervolgens blijkt de brede aanpak van de journalist. Niet alleen de christelijke vrouwen, ook nog eens de hockeymoeders vinden Palin helemaal top. Althans, dat moet blijken uit het antwoord van een hockeymoeder. Ze herkent zich wel in 'hockeymom' Palin, al gaat het bij Palin overigens om ijshockey en niet om trutjes die in te korte rokjes over het veld lopen te huppelen. Erger dan dat is dat uitspraak van de hockeymoeder helemaal geen levert dat ze wegloopt met Palin. Ze beweert alleen dat ze het goed vindt dat er vrouwen actief zijn in de politiek. Dat vind ik ook, maar dat maakt me nog geen fan van Palin. Er zijn ook meer vrouwen actief in de politiek dan alleen Palin.
Dat was dan het artikel. Waar het me om gaat is dit: ten eerste, de journalist komt met een uiterste suggestieve kop. Een Verlosser, met een hoofdletter en zonder relativerende aanhalingstekens is nogal wat. Vervolgens wordt de brute stelling dat nederlandse vrouwen met haar weglopen totaal niet onderbouwd. Er is wat vaag gebabbel over rolmodel die de journalist of gewoon even verzonnen heeft (wie controleert dat) of verkregen heeft met wat snelle telefoontjes. Alleen mevrouw Mees rept even over het feit dat tegen haar standpunten is. In dit hele artikel wordt daar verder met geen woord over gerept. De kritiek die er op Palin is, haar conservatieve standpunten tegen homo's, abortus (ook na verkrachting), creationisme op school, jagen op dieren, boren op Alaska met alle milieuschade van dien; niets van dit alles schijnt relevant te zijn. Daarmee creëert de journalist het gevaarlijke idee dat het in politiek louter om imago gaat, niet alleen door het alleen over het imago van Palin te hebben, maar op een belangrijker niveau door als 'journalist' zichzelf te ontslaan van enige kritisch vermogen. Het hele artikel is louter suggestie en totaal niet onderbouwd. Als dit soort 'journalistiek' door jullie gelezen wordt dan zal het nooit wat worden met de democratie die louter kan bestaan als de kiezer een rationeel standunt weet te ontwikkelen.
Klinkt dat overdreven? Laat ik dan afsluiten met de fraaiste zin uit dit stuk waaruit volgens de 'journalist' blijkt dat Palin de Verlosser is en Nederlandse vrouwen met haar weglopen. Een ChristenUnie-kamerlid verklaart: 'En Palin heeft net als ik een bril. Dat spreekt me aan'. Het kritische commentaar van de journalist op deze bizarre opmerking blijft achterwege. Blijkbaar is dit een valide argument. Als een bril de doorslag geeft dan is de democratie ten dode opgeschreven.
Proefwerkvraag: Over de waarde van kennis (gereedschapskist v. filosofie)
Dan nu vraag 2. Ik lees voor:
2.
a. In bron 2 hanteert een Harvardprofessor een normatieve opvatting over het nut van kennis.
- Leg aan de hand van bron 2 uit wat deze normatieve opvatting van de professor inhoudt.
- Leg vervolgens aan de hand van bron 2 uit hoe de professor vanuit zijn normatieve opvatting McCain en Palin bekritiseert.
Daar wordt nogal wat gevraagd inderdaad. Maar als je stap voor stap te werk gaat dan komt het goed. Je begint allereerst met het omschrijven van wat een normatieve opvatting is. Daar hebben we het in de les uitgebreid over gehad. We stelden vast dat normatief verschilt van descriptief. In hoeverre dat verschil echt bestaat, dat viel, zoals we zagen, lastig te bepalen. Een descriptieve beschrijving registreert louter dat wat er zichtbaar is. In een descriptieve beschouwing onthoud je je van elk waardeoordeel, of anders gezegd: elke vorm van normativiteit. Je zou dat objectief kunnen noemen, maar je kunt je afvragen of we een dergelijke descriptieve beschrijving wel op een zinvolle manier de werkelijkheid ter sprake kunnen brengen. Denk aan het voorbeeld van het beschrijven van een voetbalwedstrijd. Als we zonder enige norm, zonder enig besef van wat goed en slecht is in het voetbalspel, registreren wat we zien, dan kunnen we louter beschrijven dat er mensen in verschillende tenues rondlopen die tegen een bal aanschoppen. Hoe zouden we zonder enige vorm van een norm een pass kunnen beoordelen op goed of slecht, hoe zouden we zonder norm de beslissingen van de scheidsrechter kunnen bekritiseren, hoe zouden we meer in het algemeen ook maar iets kunnen begrijpen van hetgeen op het veld gebeurt als we geen norm hebben? Zo kwamen we tot de voorzichtige suggestie dat misschien elke poging tot beschrijving al een waardeoordeel in zich heeft, dat we zien wat we zien altijd bepaald is vanuit een bepaalde norm van wat mooi, goed of waar is.
Ik dwaal af. Waar het om gaat is dat een normatieve opvatting een bepaalde norm/waardeoordeel bevat aan de hand waarvan je iets beoordeelt. In dit geval is dat de norm voor goede en slechte kennis. Kijken we nu naar de bron. Daarin lezen we:
'Ms Palin en senator John McCain wekken telkens de impressie dat kennis van zaken overgewaardeerd wordt, dat volks oprechtheid beter is dan verfijnde manieren, dat het hebben van een sterke overtuiging belangrijker is dan analyseren. In hun visie betekent dit dat het kunnen zien van Rusland vanuit Alaska je begrip geeft van internationale politiek, dat als je in een staat in de buurt van de Noordpool leeft je ook meteen verstand hebt van het klimaatprobleem. In het geval van McCain: deze schreef kortgeleden dat hij het technologiebeleid begrijpt, omdat hij tijdens de Vietnamoorlog een paar vliegtuigen heeft bestuurd'. bron: NY Times.
Misschien eerst even iets over de stijl van de professor. Misschien is dit ietwat over the top. Alhoewel de voorbeelden kloppen (McCain en Palin hebben dit daadwerkelijk gezegd) leidt de opeenstapeling van deze voorbeelden tot een dermate ridicuul resultaat, dat het onwerkelijk overkomt. Zo schiet de professor wellicht zijn doel voorbij. Het is nu makkelijk om de professor van overdrijving en spot te beschuldigen om zo Palin en McCain als overwinnaars uit de strijd te laten komen.
Dat zou jammer zijn temeer omdat de professor een heel belangrijk thema aansnijdt, namelijk het nut van kennis en iets dieperliggend: de vraag naar wat kennis inhoudt.
De normatieve opvatting van de professor over wat als nuttige kennis mag doorgaan ligt besloten in de tegenstelling tussen enerzijds volkse oprechtheid, een sterke overtuiging en persoonlijke ervaringen tegenover verfijnde analyse en een brede oriëntatie die het direct persoonlijke overstijgt. Abstracter geformuleerd: hier is sprake van de tegenstelling tussen het simpele, directe, persoonlijke en eenvoudige en het complexe, het vergelijkende, de afweging, de rationele analyse van vele standpunten, de twijfel. Weer anders geformuleerd: hier staat de onberedeneerde mening tegenover rationele wetenschap.
In onze epoche van de democratie wordt aan beide vormen van kennis evenveel belang geacht, immers: elke stem telt. Willekeurig welke mening van de man van het volk die zijn persoonlijke anekdotiek tot universeel toepasbare waarheden promoveert, wordt daarmee relevant. Sterker nog, de willekeur van de persoonlijke mening wordt uitgangspunt van het imago van volkse oprechtheid dat Palin en McCain zich aanmeten. Vooral Palin speelt deze act met verve. Haar platte accent benadrukt dit simpele, directe en volkse. Toen Palin in het debat met Biden gevraagd werd naar haar opvatting over de kredietcrisis gaf ze geen analyse maar vertelde ze over de mening van Joe de Loodgieter die hij aan de rand van het voetbalveld waar de volkse Palin haar voetballende zoon gadesloeg, ten beste had gegeven. 'Ik maak me zorgen over mijn huis en baan', zei Joe en in die volkse simpelheid en niet in de analyse van de specialisten lag volgens Palin de kern van de kredietcrisis. De porfessor geeft aan dat McCain dezelfde logica het besturen van een vliegtuig (persoonlijke praktijkervaring) gelijkstelt aan kennis van technologie in het algemeen.
Zie hier precies de reden waarom Plato democratie een stupide idee vond. Wat telt volgens Plato is niet de hoeveelheid meningen maar de rationele waarde van een standpunt. Plato ergerde zich groen en geel aan de schoenenmakers die als halve zolen alle rationaliteit aan hun laars lapten en met populistisch gebral de massa achter zich wisten te krijgen.
De kritiek van Plato behelst precies de normatieve opvatting van de professor. Jammergenoeg is zijn norm niet de algemene norm. Al sinds jaar en dag weten presidentskandidaten dat ze niet te intellectueel moeten overkomen. Kennis van zaken is dodelijk. Bush en Reagan hebben dat goed begrepen (als ze het al begrepen). De nederlaag van Al Gore wordt doorgaans toegeschreven aan zijn intellectuele aanpak. Kennis van zaken is in de wondere wereld van Palin en McCain daarmee eerder een handicap dan een verdienste. Of preciezer geformuleerd: kennis van zaken heeft bij hen een ander karakter. Om terug te keren naar het voetbalspel: er zijn mensen, ja, heel veel mensen, die denken dat als ze iets van voetbal weten deze kennis over voetbal een algemene geldigheid bezit die overal op toepasbaar is.
2.
a. In bron 2 hanteert een Harvardprofessor een normatieve opvatting over het nut van kennis.
- Leg aan de hand van bron 2 uit wat deze normatieve opvatting van de professor inhoudt.
- Leg vervolgens aan de hand van bron 2 uit hoe de professor vanuit zijn normatieve opvatting McCain en Palin bekritiseert.
Daar wordt nogal wat gevraagd inderdaad. Maar als je stap voor stap te werk gaat dan komt het goed. Je begint allereerst met het omschrijven van wat een normatieve opvatting is. Daar hebben we het in de les uitgebreid over gehad. We stelden vast dat normatief verschilt van descriptief. In hoeverre dat verschil echt bestaat, dat viel, zoals we zagen, lastig te bepalen. Een descriptieve beschrijving registreert louter dat wat er zichtbaar is. In een descriptieve beschouwing onthoud je je van elk waardeoordeel, of anders gezegd: elke vorm van normativiteit. Je zou dat objectief kunnen noemen, maar je kunt je afvragen of we een dergelijke descriptieve beschrijving wel op een zinvolle manier de werkelijkheid ter sprake kunnen brengen. Denk aan het voorbeeld van het beschrijven van een voetbalwedstrijd. Als we zonder enige norm, zonder enig besef van wat goed en slecht is in het voetbalspel, registreren wat we zien, dan kunnen we louter beschrijven dat er mensen in verschillende tenues rondlopen die tegen een bal aanschoppen. Hoe zouden we zonder enige vorm van een norm een pass kunnen beoordelen op goed of slecht, hoe zouden we zonder norm de beslissingen van de scheidsrechter kunnen bekritiseren, hoe zouden we meer in het algemeen ook maar iets kunnen begrijpen van hetgeen op het veld gebeurt als we geen norm hebben? Zo kwamen we tot de voorzichtige suggestie dat misschien elke poging tot beschrijving al een waardeoordeel in zich heeft, dat we zien wat we zien altijd bepaald is vanuit een bepaalde norm van wat mooi, goed of waar is.
Ik dwaal af. Waar het om gaat is dat een normatieve opvatting een bepaalde norm/waardeoordeel bevat aan de hand waarvan je iets beoordeelt. In dit geval is dat de norm voor goede en slechte kennis. Kijken we nu naar de bron. Daarin lezen we:
'Ms Palin en senator John McCain wekken telkens de impressie dat kennis van zaken overgewaardeerd wordt, dat volks oprechtheid beter is dan verfijnde manieren, dat het hebben van een sterke overtuiging belangrijker is dan analyseren. In hun visie betekent dit dat het kunnen zien van Rusland vanuit Alaska je begrip geeft van internationale politiek, dat als je in een staat in de buurt van de Noordpool leeft je ook meteen verstand hebt van het klimaatprobleem. In het geval van McCain: deze schreef kortgeleden dat hij het technologiebeleid begrijpt, omdat hij tijdens de Vietnamoorlog een paar vliegtuigen heeft bestuurd'. bron: NY Times.
Misschien eerst even iets over de stijl van de professor. Misschien is dit ietwat over the top. Alhoewel de voorbeelden kloppen (McCain en Palin hebben dit daadwerkelijk gezegd) leidt de opeenstapeling van deze voorbeelden tot een dermate ridicuul resultaat, dat het onwerkelijk overkomt. Zo schiet de professor wellicht zijn doel voorbij. Het is nu makkelijk om de professor van overdrijving en spot te beschuldigen om zo Palin en McCain als overwinnaars uit de strijd te laten komen.
Dat zou jammer zijn temeer omdat de professor een heel belangrijk thema aansnijdt, namelijk het nut van kennis en iets dieperliggend: de vraag naar wat kennis inhoudt.
De normatieve opvatting van de professor over wat als nuttige kennis mag doorgaan ligt besloten in de tegenstelling tussen enerzijds volkse oprechtheid, een sterke overtuiging en persoonlijke ervaringen tegenover verfijnde analyse en een brede oriëntatie die het direct persoonlijke overstijgt. Abstracter geformuleerd: hier is sprake van de tegenstelling tussen het simpele, directe, persoonlijke en eenvoudige en het complexe, het vergelijkende, de afweging, de rationele analyse van vele standpunten, de twijfel. Weer anders geformuleerd: hier staat de onberedeneerde mening tegenover rationele wetenschap.
In onze epoche van de democratie wordt aan beide vormen van kennis evenveel belang geacht, immers: elke stem telt. Willekeurig welke mening van de man van het volk die zijn persoonlijke anekdotiek tot universeel toepasbare waarheden promoveert, wordt daarmee relevant. Sterker nog, de willekeur van de persoonlijke mening wordt uitgangspunt van het imago van volkse oprechtheid dat Palin en McCain zich aanmeten. Vooral Palin speelt deze act met verve. Haar platte accent benadrukt dit simpele, directe en volkse. Toen Palin in het debat met Biden gevraagd werd naar haar opvatting over de kredietcrisis gaf ze geen analyse maar vertelde ze over de mening van Joe de Loodgieter die hij aan de rand van het voetbalveld waar de volkse Palin haar voetballende zoon gadesloeg, ten beste had gegeven. 'Ik maak me zorgen over mijn huis en baan', zei Joe en in die volkse simpelheid en niet in de analyse van de specialisten lag volgens Palin de kern van de kredietcrisis. De porfessor geeft aan dat McCain dezelfde logica het besturen van een vliegtuig (persoonlijke praktijkervaring) gelijkstelt aan kennis van technologie in het algemeen.
Zie hier precies de reden waarom Plato democratie een stupide idee vond. Wat telt volgens Plato is niet de hoeveelheid meningen maar de rationele waarde van een standpunt. Plato ergerde zich groen en geel aan de schoenenmakers die als halve zolen alle rationaliteit aan hun laars lapten en met populistisch gebral de massa achter zich wisten te krijgen.
De kritiek van Plato behelst precies de normatieve opvatting van de professor. Jammergenoeg is zijn norm niet de algemene norm. Al sinds jaar en dag weten presidentskandidaten dat ze niet te intellectueel moeten overkomen. Kennis van zaken is dodelijk. Bush en Reagan hebben dat goed begrepen (als ze het al begrepen). De nederlaag van Al Gore wordt doorgaans toegeschreven aan zijn intellectuele aanpak. Kennis van zaken is in de wondere wereld van Palin en McCain daarmee eerder een handicap dan een verdienste. Of preciezer geformuleerd: kennis van zaken heeft bij hen een ander karakter. Om terug te keren naar het voetbalspel: er zijn mensen, ja, heel veel mensen, die denken dat als ze iets van voetbal weten deze kennis over voetbal een algemene geldigheid bezit die overal op toepasbaar is.
Wat redelijk is, dat is werkelijk en wat werkelijk is, dat is redelijk (economie, gereedschapskist filosofie, sein und shine)
Is er weleens een tijd geweest dat er geen crisis was? Of scherper geformuleerd: is er een tijd geweest waarin in de media geen sprake was van een crisis? Ik gok zo van niet. Als de tijd het toelaat zal ik een grafiek maken met een tijdlijn als x-as en op de y-as de verschillende crises die we de afgelopen tien jaar hebben ondergaan.
Alle dagen crisis dus. Dat er altijd sprake is van een crisis -of het nu om het klimaat, de beurs, de economie in het algemeen, de situatie in het Midden-Oosten, de probleemjongeren, de kabinetscrisis, het terrorisme, de veiligheid in het algemeen, de oorlog in Irak, de prijs van de olie...enz., gaat- maakt de betekenis van het begrip crisis problematisch. We begrijpen een crisis namelijk als een uitzonderingssituatie, een afwijken van het normale. Maar waar blijft het normale als er altijd crisis is? Of moeten we dan stellen dat de crisis een permanente toestand is en het normale dus een permanente uitzonderingstoestand behelst? Dat klinkt niet alleen vreemd; dat is absurd.
De huidige kredietcrisis geeft aanwijzingen tot een beter begrip van wat een crisis inhoudt. Opvallend is het vaak genoemde onderscheid tussen een 'fictieve' en een 'reële' economie. De fictieve economie slaat dan op de financiële wereld en de reële economie op, ja wat eigenlijk? In ieder geval allesbehalve de financiële wereld. Deze 'fictieve' economie geeft aanleiding tot allerlei borrelpraat en makkelijke wijsheden waarin economie, geld, rente, winst, beurskoersen worden gereduceerd tot illusie en massapsychologie. Het gaat allemaal om 'vertrouwen'. De fictieve economie krijgt allerlei omschrijvingen opgeplakt waarin het illusoire en daarmee 'niet echte' overheerst. Zeepbel, luchtkasteel, gouden bergen, speculatie en dat spat uit elkaar, bleek windhandel, bleek nergens op gebaseerd, was gebouwd op drijfzand en als uitsmijter is dat hele fictieve bouwwerk vooral irrationeel en daarmee onwerkelijk. Zo doet 'men' verwoedde pogingen om het reele te zuiveren van het irrationele karakter van het fictieve. Dat is nogal radicaal. Laatst verklaarde zowel de CEO van Akzo Nobel als KPN dat de beurskoeren geen reële indicatie (dus fictief, dus irrationeel, dus niet werkelijk) geven van de waarde van het bedrijf. Daarmee dondert het gehele bouwwerk van de vrije markt in elkaar. Immers, daarin wordt ons voorgehouden (en die nonsens hebben we de afgelopen 30 jaar continu moeten aanhoren) dat vraag en aanbod de reële waarde bepalen. Er is geen ander criterium voor waardebepaling. Nu verklaren de CEO's dus doodleuk dat er blijkbaar een extern waardecriterium is buiten de wet van vraag en aanbod om. Als dat zo is, dan maakt dat in een klap de beurs overbodig. Sterker nog, zo bezien vormt de beurs een gevaar. De Ceo's verklaarden keer op keer dat de (irrationele) bewegingen van de beurskoersen, gezonde bedrijven stuk kunnen maken. De fictieve economie mag dan een 'zeepbel' zijn; ze heeft ook de kracht gezonde (en daarmee reele) bedrijven kapot te maken. Dat laatste doet afvragen wat er zo fictief is aan de fictieve economie en wat voor soort zeepbel de beurshandelaren de afgelopen decennia geblazen hebben. Aan de Ferrari's, de huizen en de dikke bankrekeningen van de beurshandelaren is overigens ook weing fictiefs aan.
Maar we hebben het hier over een helder begrip van het woord crisis. Een sleutel tot begrip ligt in een de metafoor van het 'brandblussen'. Op een ander tijdstip zal ik aan de hand van krantenknipsels de wildgroe van metaforen analyseren die in de economie gebezigd worden (wat de economie als domein van de werkelijkheid nogal sprookjesachtig maakt). Wouter Bos sprak laatst van de lucifer en de brand. Dat er een brand was dat kon iedereen nu zien. Die brand moest eerst geblust worden. Daarna was er pas tijd om te weten wat de lucifer was die de brand had aangestoken en belangrijker: wie, wat, waar en hoe verantwoordelijk was voor het aansteken van die lucifer. Dit klinkt logisch, maar dat is het niet. Een brand blussen betekent symptoombestrijding. Zeker, in het echte leven waar de brandweer er echt op uittrekt om een brand te blussen is dat heel nuttig. Maar als metafoor (een fictieve vergelijking) voor het bestrijden van de crisis gaat het volledig mank. Je kunt namelijk pas de figuurlijke kredietbrand blussen als je weet wat de oorzaak is (de lucifer). Door het kennen van de oorzaken, herken je de rationele structuur en daarmee verschaf je jezelf de instrumenten op een rationele manier de problemen op te lossen. Om in de metafoor te blijven: niet elke brand laat zich door water blussen. Je dient wel het specifieke karakter van de brand te kennen.
Een crisis is een crisis als we in het duister tasten over de rationele structuur waarbinnen de crisis plaatsvindt. Omdat we de redelijkheid van de kredietcrisis niet kunnen ontdekken (immers, niemand weet wat er aan de hand is) is er daadwerkelik sprake van een crisis. Zogauw we de situatie begrijpen wordt hij beheersbaar en spreken we niet meer van een crisis. Met andere woorden: zogauw we de redelijkheid van de beurs en de vrije markt ontwaren houden we op te spreken van het onderscheid tussen een reële en een fictieve economie.
In de volgende afleveringen:
- een bepaling van de betekenis van de reële economie vanuit het begrip van geld bij Aristoteles en de arbeidswaardetheorie waarin materiële producten als 'reeel' gelden.
- Metaforen voor de economie.
Alle dagen crisis dus. Dat er altijd sprake is van een crisis -of het nu om het klimaat, de beurs, de economie in het algemeen, de situatie in het Midden-Oosten, de probleemjongeren, de kabinetscrisis, het terrorisme, de veiligheid in het algemeen, de oorlog in Irak, de prijs van de olie...enz., gaat- maakt de betekenis van het begrip crisis problematisch. We begrijpen een crisis namelijk als een uitzonderingssituatie, een afwijken van het normale. Maar waar blijft het normale als er altijd crisis is? Of moeten we dan stellen dat de crisis een permanente toestand is en het normale dus een permanente uitzonderingstoestand behelst? Dat klinkt niet alleen vreemd; dat is absurd.
De huidige kredietcrisis geeft aanwijzingen tot een beter begrip van wat een crisis inhoudt. Opvallend is het vaak genoemde onderscheid tussen een 'fictieve' en een 'reële' economie. De fictieve economie slaat dan op de financiële wereld en de reële economie op, ja wat eigenlijk? In ieder geval allesbehalve de financiële wereld. Deze 'fictieve' economie geeft aanleiding tot allerlei borrelpraat en makkelijke wijsheden waarin economie, geld, rente, winst, beurskoersen worden gereduceerd tot illusie en massapsychologie. Het gaat allemaal om 'vertrouwen'. De fictieve economie krijgt allerlei omschrijvingen opgeplakt waarin het illusoire en daarmee 'niet echte' overheerst. Zeepbel, luchtkasteel, gouden bergen, speculatie en dat spat uit elkaar, bleek windhandel, bleek nergens op gebaseerd, was gebouwd op drijfzand en als uitsmijter is dat hele fictieve bouwwerk vooral irrationeel en daarmee onwerkelijk. Zo doet 'men' verwoedde pogingen om het reele te zuiveren van het irrationele karakter van het fictieve. Dat is nogal radicaal. Laatst verklaarde zowel de CEO van Akzo Nobel als KPN dat de beurskoeren geen reële indicatie (dus fictief, dus irrationeel, dus niet werkelijk) geven van de waarde van het bedrijf. Daarmee dondert het gehele bouwwerk van de vrije markt in elkaar. Immers, daarin wordt ons voorgehouden (en die nonsens hebben we de afgelopen 30 jaar continu moeten aanhoren) dat vraag en aanbod de reële waarde bepalen. Er is geen ander criterium voor waardebepaling. Nu verklaren de CEO's dus doodleuk dat er blijkbaar een extern waardecriterium is buiten de wet van vraag en aanbod om. Als dat zo is, dan maakt dat in een klap de beurs overbodig. Sterker nog, zo bezien vormt de beurs een gevaar. De Ceo's verklaarden keer op keer dat de (irrationele) bewegingen van de beurskoersen, gezonde bedrijven stuk kunnen maken. De fictieve economie mag dan een 'zeepbel' zijn; ze heeft ook de kracht gezonde (en daarmee reele) bedrijven kapot te maken. Dat laatste doet afvragen wat er zo fictief is aan de fictieve economie en wat voor soort zeepbel de beurshandelaren de afgelopen decennia geblazen hebben. Aan de Ferrari's, de huizen en de dikke bankrekeningen van de beurshandelaren is overigens ook weing fictiefs aan.
Maar we hebben het hier over een helder begrip van het woord crisis. Een sleutel tot begrip ligt in een de metafoor van het 'brandblussen'. Op een ander tijdstip zal ik aan de hand van krantenknipsels de wildgroe van metaforen analyseren die in de economie gebezigd worden (wat de economie als domein van de werkelijkheid nogal sprookjesachtig maakt). Wouter Bos sprak laatst van de lucifer en de brand. Dat er een brand was dat kon iedereen nu zien. Die brand moest eerst geblust worden. Daarna was er pas tijd om te weten wat de lucifer was die de brand had aangestoken en belangrijker: wie, wat, waar en hoe verantwoordelijk was voor het aansteken van die lucifer. Dit klinkt logisch, maar dat is het niet. Een brand blussen betekent symptoombestrijding. Zeker, in het echte leven waar de brandweer er echt op uittrekt om een brand te blussen is dat heel nuttig. Maar als metafoor (een fictieve vergelijking) voor het bestrijden van de crisis gaat het volledig mank. Je kunt namelijk pas de figuurlijke kredietbrand blussen als je weet wat de oorzaak is (de lucifer). Door het kennen van de oorzaken, herken je de rationele structuur en daarmee verschaf je jezelf de instrumenten op een rationele manier de problemen op te lossen. Om in de metafoor te blijven: niet elke brand laat zich door water blussen. Je dient wel het specifieke karakter van de brand te kennen.
Een crisis is een crisis als we in het duister tasten over de rationele structuur waarbinnen de crisis plaatsvindt. Omdat we de redelijkheid van de kredietcrisis niet kunnen ontdekken (immers, niemand weet wat er aan de hand is) is er daadwerkelik sprake van een crisis. Zogauw we de situatie begrijpen wordt hij beheersbaar en spreken we niet meer van een crisis. Met andere woorden: zogauw we de redelijkheid van de beurs en de vrije markt ontwaren houden we op te spreken van het onderscheid tussen een reële en een fictieve economie.
In de volgende afleveringen:
- een bepaling van de betekenis van de reële economie vanuit het begrip van geld bij Aristoteles en de arbeidswaardetheorie waarin materiële producten als 'reeel' gelden.
- Metaforen voor de economie.
kredietcrisis - uit: Gereedschapskist voor geschiedkunde
'Als de dollar valt'. Klik hier. In 2005 werd een docu gemaakt waarin het fictieve scenario werd geschetst van de val van de dollar. Natuurlijk kun je nooit de toekomst voorspellen, maar je kunt altijd een poging doen. En dat is ook nodig. Zoals Madison al zei bij het ontstaan van de VS: ' We bevinden ons in de wildernis en er zijn geen voetstappen die we kunnen volgen'. Zo is het ook nu: de maatregelen van de regering zijn pure improvisatie. Niemand kent deze situatie dus elke oplossing is slechts een poging. De enige houvast is de vergelijking met eerdere kredietcrises. Fed-directeur Bernanke is gelukkig een van de grote experts op het gebied van de crash van 1929, maar of die kennis van de geschiedenis gaat helpen...? Gisteren merkte een Republikeinse senator in het congres het volgende op: ' “I am concerned that Treasury’s proposal is neither workable nor comprehensive despite its enormous price tag. It would be foolish to waste massive sums of taxpayer funds testing an idea that has been hastily crafted.” Let wel: dit is een Republikein! Blijkbaar is partijpolitiek in deze dagen niet zo belangrijk. Sommige democraten willen ook meer bedenktijd. Ze vergelijken de huidige druk om de president volmachten te geven in tijden van crisis met de oorlog in Irak toen Bush op eenzelfde wijze grote bevoegdheden in handen kreeg. En Democraten wijzen op de 8 jaar van verregaande maatregelen van de regering Bush om de vrije markt nog vrijer te maken, waarvan we de gevolgen nu kunnen zien. Senator Harry Reid stelde: "We’ll respond with the urgency of action that this situation demands, but after eight years of fiscal dereliction of duty, it’s time for accountability. Should we resolve the issue in one day?” he asked. “I think not.”
Om de urgentie van de crisis te benadrukken verklaarde een andere senator dat er nu geen tijd is voor lulpraatjes. Actie is vereist:
Om de urgentie van de crisis te benadrukken verklaarde een andere senator dat er nu geen tijd is voor lulpraatjes. Actie is vereist:
“When there’s a fire in your kitchen threatening to burn down your home, you don’t want someone stopping the firefighters on the way and demanding they hand out smoke detectors first or lecturing you about the hazards of keeping paint in the basement,” Senator Mitch McConnell of Kentucky, the Republican leader, said in a speech on the Senate floor. “You want them to put out the fire before it burns down your home and everything you’ve saved for your whole life. The same is true of our current economic situation. We know that there is a serious threat to our economy, and we know that we must take action to try and head off a serious blow to Main Street.” (alle bovenstaande citaten afkomstig uit NY Times)
Declaration of Independence (the remix) - uit: Gereedschapkist voor Geschiedkunde
Sommige teksten zijn zo beroemd en zovaak geciteerd, dat we bijna vergeten welke krachtige ideeen erachter schuil gaan. Zo'n tekst is de Declaration of Indepedence, uitgesproken op 4 juli 1776, uitgesproken door...ja, door wie eigenlijk?
We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable Rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness.
Hier zijn wij/we aan het woord. Dat we kan slaan op de founding fathers die de tekst opgesteld hebben of gaat het hier over we, the people, het hele volk, of nog beter: de hele mensheid. Dat laatste lijkt misschien overdreven, maar de tekst is gegoten in de taal van het universele. Denk bijvoorbeeld ook aan de plechtige Verklaring van de Rechten van de Mens (met hoofdletters) die in augustus 1789 midden in het strijdgewoel van de Franse revolutie werd uitgesproken. Ook hier gaat het niet slechts over het Franse volk. Hier handelt het om De Mens, alle mensen op de hele aardkloot (vandaar dat de Chinezen zich er ook aan moeten houden). Nee, hier wordt niet een meninkje verkondigd dat we simpel terzijde kunnen schuiven. Het gaat hier over waarheden die 'self-evident' zijn, boven alle discussie verheven dus. God, the Creator, staat ook nog eens garant van de waarheid van de ze waarheden. De waarheid volgens de declaration legt vast dat 'all men' (dus niet alleen de Amerikanen) gelijk geschapen zijn en dat ze onvervreemdbare rechten hebben. Dat is goed nieuws! Bij geboorte, zonder nog maar iets gedaan te hebben, bezit je al over onvervreemdbare rechten. Life, liberty and the pursuit of happiness. Prachtig! Deze heilige drie-eenheid wordt te pas en te onpas geuit door Amerikanen, in films, in liedjes, in boeken en in de speeches van de presidentskandidaten. Als een eeuwig mantra vormen ze de rode draad in de Amerikaanse geschiedenis en vanuit Amerika worden ze per satelliet als manna uit de hemel (bijbelse verwijzing) over de wereld uitgestort. Kijk maar.
We beginnen bij de founding fathers. In deze film wordt het plechtige moment vastgelegd waarin een groepje bepruikte, ontevreden mannen hun vertrouwen opzeggen in de Engelse koning, de tiran die de onvervreemdbare rechten niet respecteerde. Hij vroeg bijvoorbeeld belasting zonder daarvoor iets van inspraak voor terug te geven. En ja, de Amerikanen moesten ook goedkope Britse thee drinken en dat ging in tegen de heilige weten van de vrije markt. Het ging ongeveer zo. Rond de drie minuut dertig klinken de beroemde woorden.
Tweehonderd jaar later zijn de woorden nog even actueel. Martin Luther King gebruikte de woorden in zijn I have a dream speech waarin hij wijst op een weeffoutje in de uitvoering van de schone belofte van de Declaration: All men are created equal, maar dan toch ook de zwarten!!! Vanaf minuut 2.20 gaat hij expliciet in op de declaration.
Obama weet er ook raad mee. Hij verwijst in het begin van zijn speech naar de afkondiging van de grondwet 221 jaar geleden in 1787. De belofte van vrijheid, ook voor de zwarten, is er al aan het begin van de Amerikaanse geschiedenis, in 1776 en 1787, maar het duurde nog even voordat de belofte van onvervreemdbare rechten voor iedereen gold. Merk op: een verwijzing naar de ontstaansgeschiedenis is heel normaal in Amerika. Kom daar maar eens om in Nederland.
Prachtige woorden opnieuw, maar zoals gezegd, zo vaak geuit dat we de kracht van de woorden wellicht vergeten zijn. De Declaration vervolgt met de volgende robuuste stelling:
That to secure these rights, Governments are instituted among Men, deriving their just powers from the consent of the governed, — That whenever any Form of Government becomes destructive of these ends, it is the Right of the People to alter or to abolish it, and to institute new Government, laying its foundation on such principles and organizing its powers in such form, as to them shall seem most likely to effect their Safety and Happiness.
Dit is de zogenaamde contracttheorie in optima forma. Het idee is simpel: elk individu heeft onvervreemdbare rechten en om deze te waarborgen geeft elk individu instemming aan een groep mensen (government) om deze rechten te waarborgen. Als de regering zich niet aan het contract houdt door de rechten te breken, dan heeft het volk (de optelsom van individuen met onvervreemdbare rechten) het recht om deze regering af te zetten. Dit gebeurt precies in 1776: de koning van Engeland wordt de laan uitgestuurd vanwege het breken van de onvervreemdbare rechten. Dit idee hadden de Amerikanen overigens geleend van ons Nederland dat in 1581 in de Acte van Verlatinghe in vrijwel dezelfde bewoordingen Filips II ontsloeg. Filips was het daar niet mee eens natuurlijk, want hij geloofde niet in onvervreemdbare rechten, althans niet van het volk. Het enige echte recht kwam van God, en die had hem volgens de leer van het Droit Divin aangesteld als heerser.
Natuurlijk was een opstand in 1776 wel weer even genoeg. Liever geen gewelddadige opstanden meer, want terroristen die met geweld een regering omverwerpen; daar zitten we niet op te wachten. Liever met verkiezingen. Eens in de vier jaar mag het volk zich uitspreken over de vraag of de regering de rechten heeft gewaarborgd.
Klinkt mooi. Maar er zijn natuurlijk altijd problemen, want hoe moeten we die onvervreemdbare rechten precies begrijpen. Timothy McVeigh bijvoorbeeld, een terrorist die lang voor Bin laden in Oklahoma een flatgebouw opblies, vond dat de regering de onvervreemdbare rechten met voeten trad. Verzet was (lees de declaration) dus toegestaan.
Hier een aanklacht tegen censuur van de Declaration. We proeven de woede:
In de VS is naar de idee van de Fransman Montesquieu de welbekende Trias Politica ingevoerd. Dit is het belangrijkste idee van de democratie, veel belangrijker dan zo nu en dan een stem uitbrengen. De Trias verdeelt de macht om de mogelijkheid van machtsmisbruik door een machtige groep tegen te gaan. De rechterlijke macht kan bijvoorbeeld de uitvoerende macht op de vingers tikken. De wetgevende macht (het congres, de volksvertegenwoordiging) maakt de wetten. Zonder hun instemming kan de regering, met als hoofd de president, eigenlijk niets. Precies als een regering de controlerende macht van de rechterlijke macht en de wetgevende macht uitschakelt, is er sprake van een dictatuur. Denk aan de beroemde noodverordening die Hitler na de brand in de Rijksdag (gevaar! terreur!) door het parlement wist te loodsen, waarmee het parlement zichzelf buitenspel zette.Voor ons is het interessant te analyseren wat er na 9/11 gebeurd is in de VS. De zgn. Patriot Act die na 9/11 is doorgevoerd geeft de regering in de VS veel volmachten op de bevolking in de gaten te houden door middel van afluisteren van telefoongesprekken en scannen van internetverkeer. Maar was privacy niet een van de onvervreemdbare rechten!!! Hetzelfde zien we gebeuren in Guantanomo Bay waar terreurverdachten zonder eerlijk proces (you have the right to remain silent...) worden vastgehouden en gemarteld worden. Opnieuw weer die onvervreemdbare rechten!!! Het Hooggerechtshof heeft een jaar of wat geleden een uitspraak gedaan waarin deze handelingswijze werd afgekeurd omdat hij in tegenspraak is met de grondwet. Aan deze zaken kunnen we zien dat de prachtige belofte uit 1776 nog altijd op gespannen voet staat met de werkelijkheid.
Michael Moore over de Patriot Act:
En deze docu ziet in de Patriot Act een regelrechte aanval op de 'onvervreemdbare rechten'.
We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable Rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness.
Hier zijn wij/we aan het woord. Dat we kan slaan op de founding fathers die de tekst opgesteld hebben of gaat het hier over we, the people, het hele volk, of nog beter: de hele mensheid. Dat laatste lijkt misschien overdreven, maar de tekst is gegoten in de taal van het universele. Denk bijvoorbeeld ook aan de plechtige Verklaring van de Rechten van de Mens (met hoofdletters) die in augustus 1789 midden in het strijdgewoel van de Franse revolutie werd uitgesproken. Ook hier gaat het niet slechts over het Franse volk. Hier handelt het om De Mens, alle mensen op de hele aardkloot (vandaar dat de Chinezen zich er ook aan moeten houden). Nee, hier wordt niet een meninkje verkondigd dat we simpel terzijde kunnen schuiven. Het gaat hier over waarheden die 'self-evident' zijn, boven alle discussie verheven dus. God, the Creator, staat ook nog eens garant van de waarheid van de ze waarheden. De waarheid volgens de declaration legt vast dat 'all men' (dus niet alleen de Amerikanen) gelijk geschapen zijn en dat ze onvervreemdbare rechten hebben. Dat is goed nieuws! Bij geboorte, zonder nog maar iets gedaan te hebben, bezit je al over onvervreemdbare rechten. Life, liberty and the pursuit of happiness. Prachtig! Deze heilige drie-eenheid wordt te pas en te onpas geuit door Amerikanen, in films, in liedjes, in boeken en in de speeches van de presidentskandidaten. Als een eeuwig mantra vormen ze de rode draad in de Amerikaanse geschiedenis en vanuit Amerika worden ze per satelliet als manna uit de hemel (bijbelse verwijzing) over de wereld uitgestort. Kijk maar.
We beginnen bij de founding fathers. In deze film wordt het plechtige moment vastgelegd waarin een groepje bepruikte, ontevreden mannen hun vertrouwen opzeggen in de Engelse koning, de tiran die de onvervreemdbare rechten niet respecteerde. Hij vroeg bijvoorbeeld belasting zonder daarvoor iets van inspraak voor terug te geven. En ja, de Amerikanen moesten ook goedkope Britse thee drinken en dat ging in tegen de heilige weten van de vrije markt. Het ging ongeveer zo. Rond de drie minuut dertig klinken de beroemde woorden.
Tweehonderd jaar later zijn de woorden nog even actueel. Martin Luther King gebruikte de woorden in zijn I have a dream speech waarin hij wijst op een weeffoutje in de uitvoering van de schone belofte van de Declaration: All men are created equal, maar dan toch ook de zwarten!!! Vanaf minuut 2.20 gaat hij expliciet in op de declaration.
Obama weet er ook raad mee. Hij verwijst in het begin van zijn speech naar de afkondiging van de grondwet 221 jaar geleden in 1787. De belofte van vrijheid, ook voor de zwarten, is er al aan het begin van de Amerikaanse geschiedenis, in 1776 en 1787, maar het duurde nog even voordat de belofte van onvervreemdbare rechten voor iedereen gold. Merk op: een verwijzing naar de ontstaansgeschiedenis is heel normaal in Amerika. Kom daar maar eens om in Nederland.
Prachtige woorden opnieuw, maar zoals gezegd, zo vaak geuit dat we de kracht van de woorden wellicht vergeten zijn. De Declaration vervolgt met de volgende robuuste stelling:
That to secure these rights, Governments are instituted among Men, deriving their just powers from the consent of the governed, — That whenever any Form of Government becomes destructive of these ends, it is the Right of the People to alter or to abolish it, and to institute new Government, laying its foundation on such principles and organizing its powers in such form, as to them shall seem most likely to effect their Safety and Happiness.
Dit is de zogenaamde contracttheorie in optima forma. Het idee is simpel: elk individu heeft onvervreemdbare rechten en om deze te waarborgen geeft elk individu instemming aan een groep mensen (government) om deze rechten te waarborgen. Als de regering zich niet aan het contract houdt door de rechten te breken, dan heeft het volk (de optelsom van individuen met onvervreemdbare rechten) het recht om deze regering af te zetten. Dit gebeurt precies in 1776: de koning van Engeland wordt de laan uitgestuurd vanwege het breken van de onvervreemdbare rechten. Dit idee hadden de Amerikanen overigens geleend van ons Nederland dat in 1581 in de Acte van Verlatinghe in vrijwel dezelfde bewoordingen Filips II ontsloeg. Filips was het daar niet mee eens natuurlijk, want hij geloofde niet in onvervreemdbare rechten, althans niet van het volk. Het enige echte recht kwam van God, en die had hem volgens de leer van het Droit Divin aangesteld als heerser.
Natuurlijk was een opstand in 1776 wel weer even genoeg. Liever geen gewelddadige opstanden meer, want terroristen die met geweld een regering omverwerpen; daar zitten we niet op te wachten. Liever met verkiezingen. Eens in de vier jaar mag het volk zich uitspreken over de vraag of de regering de rechten heeft gewaarborgd.
Klinkt mooi. Maar er zijn natuurlijk altijd problemen, want hoe moeten we die onvervreemdbare rechten precies begrijpen. Timothy McVeigh bijvoorbeeld, een terrorist die lang voor Bin laden in Oklahoma een flatgebouw opblies, vond dat de regering de onvervreemdbare rechten met voeten trad. Verzet was (lees de declaration) dus toegestaan.
Hier een aanklacht tegen censuur van de Declaration. We proeven de woede:
In de VS is naar de idee van de Fransman Montesquieu de welbekende Trias Politica ingevoerd. Dit is het belangrijkste idee van de democratie, veel belangrijker dan zo nu en dan een stem uitbrengen. De Trias verdeelt de macht om de mogelijkheid van machtsmisbruik door een machtige groep tegen te gaan. De rechterlijke macht kan bijvoorbeeld de uitvoerende macht op de vingers tikken. De wetgevende macht (het congres, de volksvertegenwoordiging) maakt de wetten. Zonder hun instemming kan de regering, met als hoofd de president, eigenlijk niets. Precies als een regering de controlerende macht van de rechterlijke macht en de wetgevende macht uitschakelt, is er sprake van een dictatuur. Denk aan de beroemde noodverordening die Hitler na de brand in de Rijksdag (gevaar! terreur!) door het parlement wist te loodsen, waarmee het parlement zichzelf buitenspel zette.Voor ons is het interessant te analyseren wat er na 9/11 gebeurd is in de VS. De zgn. Patriot Act die na 9/11 is doorgevoerd geeft de regering in de VS veel volmachten op de bevolking in de gaten te houden door middel van afluisteren van telefoongesprekken en scannen van internetverkeer. Maar was privacy niet een van de onvervreemdbare rechten!!! Hetzelfde zien we gebeuren in Guantanomo Bay waar terreurverdachten zonder eerlijk proces (you have the right to remain silent...) worden vastgehouden en gemarteld worden. Opnieuw weer die onvervreemdbare rechten!!! Het Hooggerechtshof heeft een jaar of wat geleden een uitspraak gedaan waarin deze handelingswijze werd afgekeurd omdat hij in tegenspraak is met de grondwet. Aan deze zaken kunnen we zien dat de prachtige belofte uit 1776 nog altijd op gespannen voet staat met de werkelijkheid.
Michael Moore over de Patriot Act:
En deze docu ziet in de Patriot Act een regelrechte aanval op de 'onvervreemdbare rechten'.
Gereeschapskist: Schijn en werkelijkheid volgens McCain en P. Hilton
McCain geeft de aftrap voor een lange wedstrijd van moddergooien. Hier zien we een prachtig voorbeeld van de uitwassen van democratie. De inhoud wordt opgeofferd aan persoonlijke aanvallen. Verder wordt de politieke discussie teruggebracht tot twee issues: belasting en olie voor auto's. Zo wordt politiek gereduceerd tot individuele consumptie. Grote onderwerpen als milieu (olieboren in Alaska zorgt voor milieuschade en heeft volgens experts totaal geen invloed op de olieprijs) en de vraag waar de belastingen voor dienen (onder Bush vooral voor defensie-uitgaven en niet voor gezondheidszorg en onderwijs), worden gewoon niet besproken.
De vergelijking van Obama met Hilton en Spears dient als 'bewijsvoering' dat Obama dan wel beroemd mag zijn, net als Hilton en Spears, maar dat het een leeghoofd is. McCain maakt hier ook gebruik van de aloude ' waarheid' dat blondines dom zijn. Deze taktiek gebruiken de Republikeinen continu: Obama mag dan een mooie speeches geven, maar het zijn louter mooie woorden; ze hebben geen inhoud. Of: zijn mooie woorden, moeten verhullen dat hij geen leiding kan geven.
In zekere zin is deze kritiek, naar mijn idee, terecht. De presidentskandidaten worden meer en meer als celebrities naar voren gebracht, waarvan het imago veel belangrijk is dan de inhoud. Dit geldt ook voor McCain die zichzelf een soort Rambo-imago probeert te verschaffen met zijn Vietnam-praat. Sarah Palin wordt bijvoorbeeld in de Pers meteen al een superster genoemd wiens inhoudelijke standpunten er totaal niet toedoen. Dat ze zichzelf een 'hockeymom' noemt is voor een Nederlandse hockeymoeder voldoende haar te waarderen (het gaat alleen wel om ijshockey). Dat Palin tegens abortus is (ook na verkrachting), de opwarming van de aarde door invloed van de mens ontkent en creationisme wil invoeren in de biologieles, deert verder niet).
Paris Hilton heeft gereageerd op het fimpje van McCain.
Ondanks de ironie, brengt ze een interessant punt naar voren. Ze wijst op samenwerking in plaats van polarisatie. Daarmee kaart ze een levensgroot probleem aan in de Amerikaanse wijze van democratie bedrijven. Waar Clinton en Obama elkaar laatst nog uitmaakten voor rotte vis, zijn ze nu opeens samen sterk. McCain en Obama wiens standpunten (als ze die al hebben) niet eens zover uit elkaar liggen (McCain is geen conservatieve Republikein), wordt in de verkiezingsstrijd de suggestie gewekt dat er enorme verschillen zijn. Paris wijst op het feit dat we allemaal Amerikaan zijn en dat samenwerking mee roplevert dan dit gebakkelei. Hiermee refereert ze tevens aan een nationalistisch gevoel dat haar wortels heeft in de ontstaansgeschiedenis van de VS.
Abonneren op:
Posts (Atom)