dinsdag 21 juli 2009

Het woedende wachten in de kassarij

'Wat een lekkere service hier bij de AH', bromde de man en hij keek me betekenisvol aan. De rij was inderdaad lang. 9 mensen. Om achter aan te sluiten moest je tussen de schappen plaatsnemen ter hoogte van de wc-rollen en afwasborstels. Die moeite nam ik niet. De klant is koning, dat realiseren ze zich bij AH maar al te goed. Elk moment kan er een nieuwe kassa open gaan. Ik gunde de klagende man derhalve geen instemmend knikje. Gewoon even geduld hebben. Wachten, daar moet je tegen kunnen. Elk moment is immers doortrokken van een wachten. We worden altijd al bevangen door een verlangen naar iets waar we nog niet zijn of als we futloos en depressief zijn en vastzitten, dan verlangen we naar een verlangen. Verlangen geeft namelijk richting aan onze beweging, zorgt ervoor dat we uberhaupt in beweging komen. Wachten als verwachting wordt als positief ervaren. Het maakt ons tot mensen. Goden verlangen niet omdat ze al volmaakt zijn, stelt Plato in het Symposium. De irritatie die tot uiting komt in het wachten in de kassarij is van een ander karakter dan het richtinggevende verlangen. Dat maakt de irritatie interessant. Irritatie is meer dan een willekeurige opwelling van ongemak. Irritatie hangt samen met woede, weerstand, een gevoel van onrecht. Irritatie in de kassarij wijst op een negatieve emotie. Het verschil met het positieve van de verwachting laat zich simpel begrijpen door erop te wijzen dat het verlangen concreet is: de kassa waar af te rekenen is, is zichtbaar. Het verlangen naar wijsheid, liefde en vriendschap is echter niet te koop. Juist omdat de schijn dat alles te koop is de hoofdboodschap vormt van de consumentenmaatschappij, worden mensen in de kassarij zo boos. Je hebt geld en je wilt de spullen die in je karretje liggen en dan laten ze je nog wachten ook. Zo ook is er weinig wat zoveel woede wekt als je iets koopt dat niet werkt. Dat soort klachten bindt ons. Wie klaagt over een niet werkende internetverbinding, een kapotte telefoon, een hotel dat minder bleek dan beloofd, kan op instemming rekenen. Wie begint over het ongestilde verlangen naar liefde en geluk; daar hebben we nog minder geduld voor dan het wachten in de rij voor de kassa.

Geen opmerkingen: